Achter de PhD: Bianca Serban ontwerpt gezondheidstechnologie die aansluit bij het dagelijks leven
Posted on
Miljoenen patiënten moeten van hun arts thuis hun gezondheid bijhouden, maar velen stoppen daar al snel mee. Op 6 mei verdedigde Bianca Serban haar proefschrift bij JADS. Haar onderzoeksvraag was simpel maar actueel: wat gebeurt er als technologie niet aansluit bij het echte leven van mensen? Aan de hand van verhalen van patiënten laat ze zien hoe routines, emoties en relaties bepalend zijn voor herstel, en waarom monitoring alleen werkt als het aansluit bij die complexiteit.
Waarom heb je voor dit onderzoeksonderwerp gekozen en wat maakt het zo boeiend?
Voor mijn promotie werkte ik bij een start-up in de medische technologie, en ook al had ik voor die baan nog niet veel over dit onderwerp nagedacht, het sprak me meteen aan. Het idee dat je met technologie ontwerpen kunt maken om kwetsbare mensen te helpen, vaak in de moeilijkste periode van hun leven, gaat veel verder dan alleen maar ‘ik ga coole dingen ontwerpen!’.
Vooral het monitoren van levensstijl en gezondheidsgedrag vind ik interessant, omdat er niet één juiste manier is om dat te doen: lichaamsbeweging kan je meten in stappen of bewegingsminuten, maar ook gewoon via subjectieve info zoals ‘ik heb in de tuin gewerkt’ – voor iemand die een kankerbehandeling ondergaat, kan onkruid wieden een goede manier zijn om op een slechte dag toch actief te blijven, terwijl het voor een marathonloper juist kan voelen als een tegenvaller. De vraag is: hoe verzamel, visualiseer en gebruik je gegevens over gezondheidsgedrag op zo’n manier dat de patiënt zich goed voelt over zichzelf en zijn of haar vooruitgang, en dat de arts het ook medisch gezien nuttig vindt.
Met welke uitdagingen werd je onderweg geconfronteerd en hoe heb je die overwonnen?
Een uitdaging had te maken met het werk zelf: het werken met mensen en begrijpen hoe zij technologie gebruiken, is complex en subjectief. Dat maakt het moeilijk om tot algemene onderzoeksinzichten te komen. Je moet creatief zijn in je methodologie en je proces van data-analyse.
Een andere uitdaging was de aard van mijn werk: ik ben onderzoeker op het gebied van mens-computerinteractie. Dit is nog een vrij jonge functie in een jong vakgebied, als je het vergelijkt met meer gevestigde wetenschappelijke disciplines. Ik vond het soms ingewikkeld om uit te leggen wat ik doe en wat het nut van mijn werk is, in de samenwerking met technologen, biochemici en dergelijke. Maar als dat lukte, gaf het extra veel voldoening. Mijn rol en werk hebben bijgedragen aan de waardevolle en praktisch toepasbare technologie die het project heeft opgeleverd.
Wat is de impact van je werk in de praktijk?
Allereerst is een systeem om levensstijl te monitoren pas succesvol als het langere tijd wordt gebruikt. Een patiënt moet bijvoorbeeld de smartwatch of de pleister op de goede manier op het lichaam dragen om data goed te kunnen verzamelen. Daarnaast moet hij een mobiele app gebruiken om door te geven aan de arts hoe hij zich voelt of wat hij elke dag heeft gedaan. Om deze methodes te laten slagen, moet technologie comfortabel, handig en prettig in het gebruik zijn. Dit is alleen mogelijk als we eerst begrijpen hoe het leven van de gebruiker eruitziet, zodat de technologie goed aansluit én geen last is.
Ten tweede heeft de Europese Unie haar regelgeving rond medische hulpmiddelen aangescherpt, met name via de Verordening inzake medische hulpmiddelen (MDR 2017/745). Hierdoor zijn fabrikanten nu expliciet verplicht om de bruikbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van een hulpmiddel aantoonbaar te maken om goedkeuring te kunnen krijgen. De contextuele, patiëntgerichte kennis dat dit onderzoek oplevert, is dus niet meer alleen standaard praktijk, maar ook een wettelijke vereiste. Een hulpmiddel dat patiënten laten liggen, verkeerd gebruiken of te lastig vinden om in hun dagelijks leven te integreren, is per definitie geen veilig of effectief hulpmiddel. Mijn onderzoek biedt de kaders en methoden die ontwerpers, clinici en ontwikkelaars nodig hebben om aan die norm te voldoen – en dat op een manier die echt in het belang van de patiënt is, in plaats van alleen maar een checklist af te vinken.
Wat zijn je plannen na je promotie?
Ik wil me verder ontwikkelen op het snijvlak van human-centered design en de regelgeving rond medische technologie. Daarbij wil ik eerst beter begrijpen hoe dit er in de praktijk aan toegaat: hoe standaarden een plek krijgen in het ontwerpproces en welke stappen bedrijven zetten bij het ontwikkelen van technologie voor patiënten en zorgverleners. Op de langere termijn wil ik bijdragen aan beleid en regelgeving, zodat gebruiksvriendelijkheid en menselijke factoren net zo zwaar wegen als klinische nauwkeurigheid.