Van brede interesse in AI naar een bekroonde thesis en een eerste baan in data science
Posted on
Een thesis over dementie klinkt niet meteen als de meest voor de hand liggende route naar een baan bij Albert Heijn. Voor JADS-alumnus Andy Huang werd het precies dat: een bekroning met de Tilburg University Master’s Thesis Award én een sterke start van zijn loopbaan als data scientist.
Dat maakt zijn verhaal interessant voor bachelor studenten die nadenken over hun volgende stap. Andy begon niet met een volledig uitgestippeld plan. Na zijn bachelor AI aan Radboud University Nijmegen was zijn interesse groot, maar voelde hij zich nog niet volledig geworteld in het vakgebied. Bij JADS vond hij de plek om die brede interesse om te zetten in iets praktischer, scherpers en bruikbaars.
Lees Andy’s verhaal en ontdek hoe hij in maart 2026 de Master’s Thesis Award won.
Hoe het begon
“Ik twijfelde of ik een master wilde gaan doen of meteen wilde gaan werken,” vertelt Andy. “Een deel van mij dacht dat praktijkervaring opdoen misschien de beste volgende stap was.”
Toch koos hij voor de Master Data Science in Business and Entrepreneurship bij JADS. Terugkijkend is hij nog steeds blij met die keuze. Het winnen van de thesis award maakte die beslissing op een nieuwe manier zichtbaar. Voor Andy was het een persoonlijke verrassing. Voor dr. Georgios Manias, een van zijn begeleiders, liet het vooral zien hoe sterk studentenwerk kan worden wanneer technische diepgang, structuur en maatschappelijke relevantie samenkomen.
“Wat eruit sprong, was de klinische impact,” zegt Georgios. “Andy wist op een sterke manier voort te bouwen op eerder onderzoek en iets bij te dragen dat betekenisvol is voor vervolgonderzoek en praktijk.”
Andy Huang, JADS-alumnus, ontving de Master’s Thesis Award uit handen van prof. dr. Wim van de Donk, rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur van Tilburg University.
Van brede interesse naar echte toepassing
Voordat Andy naar JADS kwam, studeerde hij AI. Hij waardeerde de combinatie van vakgebieden, van neurowetenschappen en psychologie tot computer science en wiskunde. Tegelijkertijd miste hij iets.
“De bachelor was breed,” zegt hij. “Dat vond ik interessant, maar daarna was het nog steeds lastig om alles met elkaar te verbinden. Het was voor mij nog niet tastbaar genoeg.”
Daar maakte JADS het verschil. Voor Andy bood de opleiding meer dan technische inhoud. Hij leerde hoe data science raakt aan echte vragen, echte organisaties en echte mensen.
“JADS geeft je een stevige theoretische basis,” zegt hij. “Wat de opleiding anders maakt, is de sterke focus op toepassing: leren hoe je technische kennis vertaalt naar praktische oplossingen die waarde creëren in de echte wereld.”
Ook de sfeer bleef hem bij. JADS voelde kleinschalig op een goede manier, met een hechte community en veel studenten die ambitieus, creatief en ondernemend waren.
“Het is een levendige plek,” zegt Andy. “Veel studenten zijn creatief en ambitieus. Mensen bouwen dingen, verkennen startupideeën of zijn daar al mee begonnen. Die energie om je heen motiveert je om hoger te mikken.”
Een thesis die moest werken in de praktijk
Andy’s thesis richtte zich op de vroege detectie en preventie van dementie. Een complex onderwerp, maar zijn doel was vanaf het begin helder: iets bouwen dat in de praktijk kan helpen.
“Dementie is een grote maatschappelijke uitdaging,” zegt hij. “De diagnose is moeilijk. Het hangt niet af van één test en er zijn veel risicofactoren die met elkaar samenhangen.”
Dat is belangrijk, omdat dementie zich vaak al ontwikkelt voordat de eerste symptomen zichtbaar zijn. Andy onderzocht of data science kan helpen om risico’s eerder te herkennen, op een moment waarop er nog ruimte is om te handelen.
“We wilden onderzoeken of het mogelijk is om het ontstaan van dementie te voorspellen vóórdat de symptomen daadwerkelijk verschijnen,” zegt hij. “Als dat lukt, creëer je meer tijd en mogelijkheden om in te grijpen.”
Wat de thesis sterk maakte, was niet alleen de nauwkeurigheid, maar ook de uitlegbaarheid. In de zorg moet een model niet alleen goed presteren, maar ook begrijpelijk zijn.
“Een model dat niet interpreteerbaar is, is in het medische domein niet bruikbaar,” zegt Andy. “Clinici moeten begrijpen waardoor een voorspelling tot stand komt.”
Zijn aanpak was bovendien breder dan veel eerdere studies. In plaats van zich te richten op één type data, combineerde het onderzoek klinische evaluaties, neurologische metingen, leefstijlfactoren en andere gegevens. Daardoor werd het model holistischer en sloot het beter aan bij de werkelijke complexiteit van dementie.
Voor Georgios was die brede opzet minstens zo belangrijk als het technische werk.
“Dit was geen project dat los van de praktijk is gebouwd,” zegt hij. “Het verbond technisch onderzoek met een echte zorgcontext. Daardoor werden de resultaten veel waardevoller.”
Dr. George Manias, Assistant Professor Data Governance en begeleider van Andy.
Leren door een nieuw domein in te stappen
Een van de sterke kanten van Andy’s verhaal is dat hij niet begon met een medische achtergrond. Die kennis moest hij tijdens het project opbouwen.
“Ik had nog nooit in het medische domein gewerkt,” zegt hij. “Ik miste dus veel domeinkennis.”
Die kloof overbrugde hij door veel te lezen en nauw samen te werken met clinici. Die combinatie hielp hem om zowel het onderzoek als de betekenis van de data beter te begrijpen.
Het project was verbonden aan COMFORTage, een Europees onderzoeksproject naar dementie en kwetsbaarheid. Andy gebruikte data van het Eginitio Hospital, verbonden aan de National and Kapodistrian University of Athens, dat bij dit project betrokken is. Samenwerking was daardoor vanaf de eerste dag een belangrijk onderdeel van het proces.
“We gebruikten data van het ziekenhuis en de resultaten waren bedoeld voor clinici,” zegt Andy. “Daarom vond ik het logisch om hen direct te betrekken, in plaats van iets op te leveren dat mogelijk niet aansluit bij hun behoeften of niet vertaalt naar klinisch betekenisvolle uitkomsten.”
Ook Georgios ziet die samenwerking als een van de redenen waarom de thesis een bredere waarde kreeg. Het werk gebruikte data uit een internationale context en bleef gedurende het proces verbonden met de vragen en behoeften van zorgprofessionals.
“We wilden dat het onderzoek de stemmen en behoeften van zorgprofessionals weerspiegelde,” zegt hij. “Daarom was er voortdurend overleg met de zorgprofessionals van het ziekenhuis. En daarom werkten we in een bredere Europese en multidisciplinaire context.”

